Bij de politierechter: corona demonstratie loopt uit de hand

Bijgewerkt op: 17 mrt.


Mr. P. Celikkal stond A. bij in een strafzaak bij de politierechter.A. is een oud-militair en lid van een georganiseerde groep oud-militairen en veteranen. Zij hebben tot doel om tijdens (corona) demonstraties de-escalerend op te treden zowel richting demonstranten als de politie.

Tijdens de demonstratie op 2 januari 2022 op het museumplein in Amsterdam loopt het fout af voor A.

De politie maakt een einde aan de demonstratie . Demonstranten wordt gevorderd zich te verwijderen van het museumplein . De menigte wordt door de politie gedreven in een richting. Het politie optreden gaat gepaard met onder andere inslaan op de demonstranten met knuppels . Ook A. raakt gewond door het geweld van de politie als hij een klap op zijn hand krijgt met een knuppel.


Verweer


Allereerst is betwist dat A. de politieagent gericht heeft geschopt en geraakt, gelet op de hectiek op dat moment. A. heeft een bekennende verklaring afgelegd en heeft ter zitting herhaald dat hij de schop heeft gegeven, maar dat hij dit deed omdat hij in paniek raakte door het geweld van de politie. Hij zou zijn zelfbeheersing hebben verloren door de angst die hij voelde. A. beschreef de situatie als een onmiddellijke dreiging van een aanval op zijn lichaam, maar ook op het lichaam van de omstanders. Hij kon niks anders dan zich af te weren van de politie door middel van een schop.


Verder zou A. en de menigte door de politie naar één kant zijn gedreven en ingesloten in een fuik. Aan de vordering van de politie om het gebied te verlaten kon hij niet voldaan.


A. werd daarbij van achteren geduwd werd door de menigte. Hij werd hierdoor aangedreven tot de richting van de politieagenten. Op dat moment zag A. dat er meerdere mensen werden geraakt door het slaan met het wapenstok. Gelet op deze omstandigheid heeft A. eenberoep gedaan op een noodweer situatie, omdat hij de (dreigende) aanval van de politie enkel kon afweren door een schoppende beweging te maken richting de politieagent in kwestie.


Oordeel van de politierechter


De politierechter heeft ten eerste geoordeeld dat de bekennende verklaring van A. maakt dat dat hij de politieagent heeft geschopt. Het beroep op noodweer slaagt echter niet. Allereerst had A. niet aanwezig mogen zijn op een aangekondigde verboden demonstratie. Door de vordering van de politie om het gebied te verlaten niet op te volgen, mocht de politie geweld toepassen. Ook had A. volgens de politierechter alle mogelijkheid om het gebied te verlaten, maar deed dit zelf niet. Het door de politie toegepaste geweld (op anderen) en de dreiging van dat geweld op A. zelf, was daarom niet wederrechtelijk. Op een niet wederrechtelijke aanval slaagt een beroep op noodweer derhalve niet, aldus de politierechter.


Bovenal was sprake van een gewelddadige demonstratie. Volgens de politierechter maakt A. onderdeel uit van het geweld dat op het Museumplein plaatsvond door zichtbaar aanwezig te zijn met een groep oud-militairen. Hierdoor kan ten eerste de indruk gewekt worden dat mensen het gebied niet hoeven te verlaten, waardoor het gebruikte geweld op politieagenten versterkt kan worden. A. wordt ook veroordeeld vanwege openlijke geweldpleging in vereniging.


Gelet op het blanco strafblad van A. en het letsel die hij zelf heeft opgelopen, is de opgelegde iets anders dan de eis: A. is veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf, waarvan 1 maand voorwaardelijk en een taakstraf van 40 uur. Het gebiedsverbod zoals geëist door de officier van justitie, is afgewezen.

32 weergaven